Ivonne de Nood – één jaar gebiedsregisseur

Exact een jaar geleden nam Ivonne de Nood de functie van gebiedsregisseur Oosterwold op zich. Maar overspoeld door alle dagelijkse stormachtige ontwikkelingen rondom Oosterwold waren we bijna vergeten ons de vraag te stellen: wie is Ivonne de Nood eigenlijk?

CV in het kort:

1975 geboren te Middelburg
1998-2002 ontwerper openbare ruimte, Gemeente Zwolle
2002-2008 landschapsarchitect Dienst Landelijk Gebied
2008-2011 landschapsarchitect Gemeente Almere
2011-2013 strategisch adviseur Gemeente Almere
2013-2014 bestuursadviseur wethouder Duurzame Ruimtelijke Ontwikkeling
2014-2015 bestuursadviseur wethouder Ruimte, Wonen, Wijken
2007-2015 landschapsarchitect Academie van Bouwkunst Amsterdam
2015-… gebiedsregisseur Oosterwold

…over haar vroege Almere

‘Acht jaar geleden ben ik begonnen met werken in Almere en ben ik er ook gaan wonen. Vervolgens hebben we de hele regio afgestruind voor een woning, maar uiteindelijk vonden we Almere zélf helemaal zo gek nog niet om te wonen. Een hoop wijken en woningen bekeken, tot we stuitten op het buurtje van de tweede BouwRai uit 1992 in de Filmwijk, nota bene op een steenworp afstand van het stadhuis. Die ‘BouwRais’ waren het platform voor architecten en bouwers met nieuwe woonconcepten om de laatste stand van de bouwtechniek te tonen. Het bestaat grotendeels uit rijtjes van zeven of tien huizen die ieder door een andere architect ontworpen zijn. Daarnaast is het gewoon een hele leuke buurt, dus waarom zou ik dan buiten de stad moeten wonen?’

…over hetzelfde werk elders

‘Nee, hobby’s heb ik eigenlijk niet zo heel veel; (lachend) ik werk graag. Daarnaast vind ik het leuk om een concert of muziekfestival te gaan, en houd ik van dingen maken, knutselen enzo. En, ik ben een enorme reiziger. Ik vind het heerlijk om weg te zijn, stedentrips te doen of gewoon dichtbij door steden te struinen of met vrienden de polder in te fietsen. Misschien zou wonen in het buitenland me wel trekken, maar niet vanuit mijn vak. Vergeet niet, ik zit in mijn functie heel erg op het raakvlak van stadsontwikkeling, gebiedsontwikkeling en procesbegeleiding en dan is Nederland toch wel heel uniek. Mijn werk kun je niet één op één vertalen naar het buitenland en dat maakt dat ik toch ook erg verknocht ben aan ons land. Dus zie ik een verhuizing niet snel gebeuren.’

…over haar tic

‘Bij mijn reizen met m’n gezin of vrienden ben ik vaak degene die de routes invult, alles uitzoekt over architectuur, noem maar op. Ik houd ervan om met dat voorwerk naar steden te kijken, beetje een tic ook vanuit mijn werk. Ben wel eens een dag in Disneyland Parijs geweest met vriend en kind en dan kijk ik toch met een soort fascinatie door een ontwerpbril naar zo’n park; hoe er nagedacht is over de situering of invulling van een plein of straat, waar de bomen staan… (lachend) Maar het is niet zo dat als je met mij naar Parijs gaat, je vastzit aan een excursieweek of zo’.

…over fascinatie

‘Ik kan genieten van omgevingen en mooie maten, schalen en architectuur, maar uiteindelijk wist ik al aan het begin van de opleiding Landschapsarchitectuur dat ik niet de estheet ben in de zin dat dingen op een bepaalde manier ontworpen moeten worden of zijn. Vanaf het begin aan hebben mijn werk en banen altijd in het teken gestaan van het begeleiden van processen van anderen, van initiatiefnemers, van bewoners. Zo heb ik in Zwolle met bewoners speelplekken gemaakt in straten, en later bij Dienst Landelijk Gebied met partijen en bewoners in schetsateliers aan gebiedsontwikkeling gedaan. Het is fascinatie en liefde voor initiatief die me drijven, teneinde je eigen woon- en leefomgeving naar je hand te zetten. Het resultaat is voor mij minder relevant, of het nu een opgepimpte cataloguswoning of een volledig vrij vormgegeven huis betreft; een wijngaard of een voedselbos. De ziel en zaligheid die mensen erin steken vind ik vele malen interessanter. Mensen helemaal vrijlaten in hun fantasie en dat dan faciliteren; dan is de optelsom van duizenden initiatieven voor mij bij voorbaat al een fantastisch resultaat. Maar evenzeer heb ik in Oosterwold bewondering voor de vijf partijen die het lef hebben om het startschot te forceren en het hele proces aan te gaan, te weten het Rijksvastgoedbedrijf, de gemeentes Almere en Zeewolde, de Provincie en het Waterschap.’

…over voorvechters

‘Zelf was ook ik betrokken bij de concept Structuurvisie Almere 2.0 uit 2008/2009 toen Oosterwold voor het eerst op de kaart is gezet en waaruit de Werkmaatschappij Oosterwold voortvloeide. Ik weet nog dat we in 2011 op papier eraan werkten en het best hele taaie kost bleek te zijn om een alternatieve denkwijze te vatten in een ontwikkelstrategie. En om de mensen achter het concept te scharen. De bevlogenheid van voorvechters en baanbrekers destijds zoals Adri Duivesteijn, Henk Mulder, Winy Maas, Frans van Deursen en Gerard Slingerland heeft een grote bijdrage geleverd, is eigenlijk onmisbaar in ieder soortgelijk proces. Je hebt sowieso bestuurders nodig die in zo’n vernieuwend plan geloven in een omgeving waar al dertig jaar heel planmatig te werk is gegaan,. Die zijn cruciaal, ook in de rol van verbindingsofficieren naar andere partijen en instanties. Qua invulling hadden we te maken met een enorme opgave, een programma voor 15.000 huizen, werkgelegenheid, water, stadslandbouw en groen. Begin er maar aan. Want als je verder vooral veel vrijheid wil geven, waar stuur je op aan en hoe en wat moet je loslaten? Aan welke ontwikkelregels moet het voldoen? Van onze kant was het een enorme zoektocht, ja ook pionierschap.’

…over pionierschap

‘Ook nu, in de volgende fase waarin beheervraagstukken van Oosterwold een steeds prominentere rol gaat spelen, word je geconfronteerd met alles in gebiedsontwikkeling waar je maar tegenaan kan lopen. Ik heb enorm respect voor het lef van zéker de eerste initiatiefnemers, maar aan deze kant van de tafel is altijd net zo hard gepionierd. Want natuurlijk is een grote organisatie niet meteen ingesteld op het communiceren met honderden initiatiefnemers in plaats van met één grote partij zoals men gewend was. Dat kost tijd. Ook door overheden moet zowel ambtelijk als bestuurlijk alles uitgevonden worden in alle onderdelen van de organisatie en communicatie in zo’n bijzondere gebiedsontwikkeling. Dagelijks is men en zijn wij nog bezig met het optimaliseren van werkprocessen, nog steeds. Dat vergt van sommige mensen heel veel, het is een ook een cultuurverandering, en hoewel er soms sprake is van onmacht, is er nooit onwil.’

…over naamgeving

‘ Ja, Magisterhorst of straatnaamgeving: dat is nu een goed voorbeeld. Kijk, Almere heeft een trotse, rijke traditie in naamgeving van wijken, buurten, straten enzovoort. Dat is al vijfendertig jaar lang strak georganiseerd, bestaat zelfs een boekje over. Niemand binnen Oosterwold, ook initiatiefnemers niet, had zich gebogen over de naamgeving van Oosterwold. Ondertussen was de naamgevingscommissie voor het Almeerse deel naar eer en geweten aan de slag gegaan omdat je nu eenmaal straatnamen moet hebben voor vergunningverlening. Nou, in Almere Hout heb je Nobelhorst en Vogelhorst, dus heel begrijpelijk was het herkenbare ‘-horst’ geadopteerd. Als thema werd na rijp beraad ‘de grote leermeester’ bedacht: Magister plus horst is Magisterhorst. Hoe logisch ook, maar bij een experimentele gebiedsontwikkeling als Oosterwold, waar toekomstige bewoners alles zelf doen, leidt dit voor die bewoners niet per definitie tot het gewenste resultaat. Tevens dient de naamgevingsdiscussie van het afgelopen halfjaar als voorbeeld van iets dat de initiatiefnemers in eerste instantie niet heeft bezig gehouden. Heel logisch en passend bij Oosterwold dat een groep initiatiefnemers zo’n onderwerp oppakt en het gesprek aangaat.

…over rek in de organisatie

‘Organisatorisch hebben we in de eerste plaats ons eigen gebiedsteam Oosterwold, die werkt voor de vijf partijen. Daarnaast vervult de gemeente Almere – bijvoorbeeld de afdeling vergunningen – een grote rol met de eerste fase van Oosterwold dat op grondgebied van Almere plaats vindt. Ook daar zitten voorvechters om samen met de plantoetsers processen te stroomlijnen en daar zijn al flinke verbeterslagen gemaakt. Zij weten als geen ander dat de verkorte procedure eraan komt, weten als geen ander dat er dit voorjaar honderdvijftig anterieure overeenkomsten zijn getekend die allemaal richting vergunningaanvraag gaan. Daar hebben ze tijdig op ingespeeld door extra capaciteit in te zetten. Maar dan nog, hè; ook daar gaat het leerproces steeds door want iedere aanvraag is uniek. Zo ook bij de initiatiefnemers zelf. Niet iedere initiatiefnemer is in staat om meteen een complete of volledige aanvraag te doen. Dus als een aanvraag vier keer terug gestuurd wordt omdat deze steeds niet volledige getoetst kan worden, dan hoeft dat dus niet gelijk te betekenen dat de organisatie niet ingespeeld is op de situatie. Problemen in de wisselwerking tussen initiatiefnemers en organisatie zijn natuurlijk morgen niet meteen opgelost. Je houdt aan de ene zijde initiatiefnemers die zich flexibel moeten opstellen bij onverwachte zaken omdat ze zich bewust zijn niet in een regulier huizenbouwproces te stappen. Aan de andere kant is er een organisatie die continu moet nadenken hoe alles beter, efficiënter, communicatiever kan in het faciliteren van de initiatiefnemers.’

…over 100% zelfvoorzienendheid

(Verbaasd) ‘Waarom zou je niet autarkisch mogen leven in Oosterwold? Wie heeft je dat verteld? Natuurlijk zijn er spelregels, zoals het Bouwbesluit en regels omtrent bijvoorbeeld hinder, maar als jij ‘off the grid’ op jouw kavel wil leven, dan moet dat kunnen. Aan drinkwater gelden in Nederland strenge regels, maar Vitens heeft me wel eens verteld dat als jij een put wilt slaan met een goed filter erop, je niet verplicht bent je aan te sluiten op het drinkwatersysteem. Voor honderden mensen is autarkisch leven uiteraard lastig te regelen, maar als er individuen zijn die het willen, dan graag. Zou ik alleen maar toejuichen.’

…over meevallers

‘Meevallers? Hoezo? (grijnzend) Kom ik over alsof heel Oosterwold uit tegenvallers bestaat? Vooruit, de grootste meevaller is dat er in een jaar tijd zo ontzettend veel interesse en initiatiefnemers voor Oosterwold zijn gekomen en er nog steeds zoveel ambtelijke en bestuurlijke bevlogenheid is om alles mogelijk te maken. Wat betreft de initiatiefnemers valt me op dat er zoveel achtergronden en kennisniveaus samenkomen. Collectiefjes waarbij de één verstand heeft van bluswatervoorziening, een ander van drinkwater, energie, bouwbesluiten, funderingen, noem maar op. Dat vind ik nou echt helemaal Oosterwold. Ook geweldig – en trouwens ook een bijkomend voordeel van zo’n groot gebied – is dat er nu al buurtjes zijn ontstaan, verenigingen rond een eigen weg met een eigen stijl of interesse. Groepjes als in de Kathedralenvallei, Paradijsvogelbosje of langs de bosrand, VTN en nog andere: ze hebben allemaal de kracht, het karakter en de wens om duurzaam te zijn en in gemeenschappelijke vorm dingen te ondernemen of op te lossen. De verscheidenheid van buurtjes die organisch ontstaan, daar geniet ik erg van. Of de eerste samenwerkingen in stadslandbouw. Mensen zonder groene vingers die bijvoorbeeld hun grond ter beschikking willen stellen. Moet ook kunnen. Ik bedoel, als een ieder uitsluitend zijn eigen moestuin koestert, dan beschouw ik dat ook niet als duurzaam toekomstperspectief. Of misschien komen er jonge ondernemers met een agrarische achtergrond die met anderen een landbouwbedrijf op poten zetten. Dat het kan, is toch fantastisch?’

…over het aantal initiatieven

‘Momenteel zijn er ruim driehonderd initiatieven echt actief. Daaronder vallen collectieven, dus dat betekent per definitie meer huishoudens. Het streefgetal is dus 15.000 woningen, pakweg 50.000 inwoners voor heel Oosterwold met daarnaast voorzieningen, werkgelegenheid et cetera. Tijdens het traject hebben we een einddatum voor Oosterwold los gelaten. Die twee zijn eigenlijk strijdig met mekaar, moet je ook niet willen voor een organische ontwikkeling. Uiteraard monitoren we wel de voortgang en worden er afwegingen gemaakt voor het vervolg.’

…over afvallers

‘Je moet een onderscheid maken tussen afvallers na de eerste interesse en afvallers totdat er echt een initiatief is, dus een intentieovereenkomst getekend is. Vanaf het tekenen van een intentieovereenkomst zijn afvallers op de vingers van twee handen te tellen. Van de groep geïnteresseerden waar we twee-drie maal per maand sessies voor organiseren, pakt ongeveer een derde door. Het resterende deel komt later of nooit, maar dat beschouw ik niet als afvallers, maar als mensen waarvan de interesse niet uitmondt in een initiatief. Of ze sluiten zich aan bij een groep of collectief, bijvoorbeeld mensen die het allemaal een heel gedoe vinden, maar zich wel helemaal thuis voelen bij Oosterwold. Een collectief dat ontzorgt; kan ook.’

…over de Oosterwolder

‘Tja, wie is de Oosterwolder… lastig. De mensen zijn zo enorm divers op alle vlakken dat het een grote smeltkroes is van leeftijd, herkomst, achtergrond, stijl. Aangetrokken door het zelf initiatief kunnen nemen en het groene duurzame karakter. Ik hoor en zie ook wel dat sommigen vooral naar Oosterwold komen om ruim en groen te wonen, Promovendum-plattelanders zoals jij ze noemt. Heb je natuurlijk in iedere stadswijk; verschillende mensen met verschillende smaken en voortrekkers en meelopers. Maar ik vind het wel belangrijk dat mensen iets hebben met stadslandbouw, duurzaamheid en het collectieve karakter. Anders is Oosterwold toch niet echt iets voor jou.’

…over zelf wonen in Oosterwold

‘Oh ja, ik zou prima initiatief kunnen nemen in Oosterwold, hier wonen en leven. Maar in mijn huidige rol en functie wil ik geen vermenging met mijn aanwezigheid in Oosterwold. Ik houd het graag gescheiden. (lachend) Maar misschien komt er in latere instantie ooit eens een klein restkaveltje beschikbaar.’

…over indien toch

‘Hoe ik mijn kavel zou inrichten als ik toch mijn intrek tot Oosterwold zou nemen? (fantaseert dromerig voor zich uit) ‘Hmm, een natuurlijk ingericht terrein, uiteraard, beetje voedselbosachtig. Best wel ruig en zeer productief. Met daarop een superstrak, superduurzaam, supercomfortabel, ruim gebouw om in te wonen. Technisch helemaal de top, circulair in afvalwater, energie en zo. Beetje kaswoningachtig, ja zoiets.’

…over Oosterwold naar bed

‘Nja, ik neem mijn werk soms wel eens mee naar bed, ja. Dan blijf ik maar piekeren en nadenken. Vind ik niet erg, hoor; ik voel me dusdanig betrokken dat ik er over wil blijven doordenken. En verantwoordelijk om Oosterwold mogelijk te maken, dat voel ik me ook best wel. Heel soms krijg ik het allemaal niet spits, maar meestal wel. En altijd met behulp van mijn geweldige gebiedsteam. Serieus, ik vind ze allemaal écht goed. Als je iets leuk vindt om te doen, kost het altijd minder moeite. Ja, ik vind het een eer, een voorrecht dit te mogen doen.’